MENSE RECHTEN

Meer over misbruik van procesrecht versus lawfare

Datum: Haarlem, 04-08-2025

Auteur: Martijn Mense

In een blog van 22 april 2025 werden een tweede en derde kort geding besproken die door een ontwikkelaar aanhangig waren gemaakt om een einde te maken aan bestuursrechtelijke procedures die aanhangig waren gemaakt door een stichting die zich inzet voor (onder meer) natuurbescherming. Hoewel de Hoge Raad de lat voor het aannemen van misbruik van (proces)recht tamelijk hoog blijft leggen (zie https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:560), zag de ontwikkelaar toch aanleiding een vierde kort geding aanhangig te maken (en beroep in te stellen tegen het vonnis in kort geding 3) met dezelfde inzet.

Ook het vierde kort geding liep verkeerd af voor de ontwikkelaar (zie https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:7412). De ontwikkelaar vond dat de stichting door i) een regeling te treffen met kopers haar belangen had opgegeven zodat die niet meer afgewogen hoefden te worden tegen die van de ontwikkelaar en dat ii) er al een beslissing was genomen door de bestuursrechter in eerste aanleg waaruit volgde dat het instellen hoger beroep sowieso misbruik opleverde. De voorzieningenrechter overwoog ten aanzien van het eerste punt: 'Het feit dat de Stichting er nadien voor heeft gekozen met kopers van deelprojecten een vaststellingsovereenkomst te sluiten, betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat zij er zodoende blijk van heeft gegeven dat het haar alleen om het (afkoop)geld te doen is en haar statutaire doel dus een dode letter is waar zij geen beroep meer op mag doen. Waarom zij in dat specifieke geval die overeenkomst is aangegaan, heeft zij verklaard (zie 3.3) en het stond haar vrij dat te doen.' Het tweede punt werd eveneens afgeserveerd (om niet te zeggen afgebrand): 'Met het vonnis van de bestuursrechter staat volgens [de ontwikkelaar] vast dat sprake is van een evident kansloze rechtsgang, omdat alle beroepsgronden zijn verworpen. Uit die stelling zou volgen dat, wanneer een lagere rechter eenmaal over een geschil heeft geoordeeld en daarbij alle gronden heeft afgewezen, een in te stellen hoger beroep in alle gevallen bij voorbaat kansloos zou zijn. Het behoeft geen toelichting dat die stelling onhoudbaar is.'

Het beroep dat tegen het in het derde kort geding gewezen vonnis was ingesteld, is niet doorgezet. Tegen het vonnis in het vierde kort geding is geen beroep ingesteld. Vermoedelijk ziet de ontwikkelaar geen rol meer voor de 'restrechter'.

Inmiddels is de gemeente Amsterdam tot intrekking van het exploitatieplan over gegaan. Een belangrijk deel van de discussie aan de bestuursrechtelijke kant van de zaak lijkt daarmee op een geheel andere manier te worden beslecht.

Martijn Mense, advocaat te Haarlem